Week 1 & 2: heel erg gay
Elke dag van 2026 een nieuw album. Minstens. Omdat ik dus merkte dat ik terug bleef grijpen op dezelfde genres, artiesten en albums, en weet dat ik in mijn jeugd heel beperkt ben blootgesteld. Daarnaast vind ik het ook leuk om nieuwe dingen te ontdekken en treed ik graag buiten de gebaande paden. Dat doe ik immers ook met de LSD - als ik in mijn hersenen nieuwe paden wil aanleggen, kan dat net zo goed op deze manier. Ik geloof dat het goed is om nieuwe dingen te blijven proberen en buiten je comfort zone te treden. Ook gedij ik ontzettend slecht op regels, dus zo hou ik het ook gewoon lekker breed: geen limitaties in genre, artiesten (behalve Dream Theater) of tijd. De enige grens is die van mijzelf, wat ik heb nergens verstand van dus ook niets zinnigs te zeggen. Hier een link om een album in te sturen, en een recap van week 1 en 2:
Allereerst George Michael - Faith.
Holy shit. Iedereen kent de beste man natuurlijk als de zingende kerstversie van Hans Klok in Wham!, en daarmee is het een beetje een meme. Hij dook de laatste weken wel vaker op in mijn leven, van kubus tot meermaals in de Top 2000. Vrienden van mij zijn groot fan, en ik dacht, laat ik hier eens mee beginnen. Wat een waanzinnig album is dit. Het is nu al een van mijn meest beluisterde albums dit jaar want ik blijf er naar terug komen. Catchy, gevarieerd en met fantastische baslijnen: dit is precies wat een pop-album moet zijn in mijn oren. En wát een stem heeft deze man! Iedereen die alleen bekend is met de hits, kan ik zeker aanraden om Look At Your Hands te luisteren. Dat is in ieder geval mijn onbetwiste favoriet. Voor elke dag dat ik dacht dat George Michael een meme was, doe ik 1 push-up. Cup G, here I come.

Zijn volgende werk, Listen Without Prejudice, kon ik natuurlijk niet laten liggen. Toch greep deze plaat mij wat minder, al ligt dat misschien aan mijn eigen stemming. Freedom 90 is natuurlijk een echte banger, maar de rest is wat somberder en serieuzer dan Faith of Wham!’s tweede album Make It Big, waar ik zeker ook wel oren naar had. En laat ik nou net in de mood zijn voor wat vrolijks.
Dan zit ik mooi verkeerd bij Love and Hate van Michael Kiwanuka, want dit is geluidgeworden pijn. De titeltrack en Cold Little Heart kwamen voorbij in de Top 2000, want dat is hoe ik dit had ontdekt. Zeker die laatste, die terecht ontzettend hoog staat, greep onmiddelijk mijn aandacht en het was moeilijk om te wachten tot het nieuwe jaar want wat wilde ik dit graag luisteren. Van begin tot eind heeft dit nummer me in een emotionele gijzeling gehouden, mede door de fenomenale opbouw en zijn gebroken stem. Op 1 januari heb ik het hele album opgezet, en wel op repeat. Graag had ik er iets zinnigs over willen zeggen, maar ik weet niet eens wat voor genre het is.

Wel is duidelijk dat ook deze man goed is in het fabriceren van fenomenale baslijnen - een terugkerend thema in de muziek die ik leuk vind. Een ander terugkerend thema is dat ik me toch erg aangetrokken voel tot een bepaalde pijn in muziek. De pijn van het nergens thuishoren, tussen wal en schip vallen, een gemis dat niet te plaatsen valt. En dat is precies waar dit album over gaat. Dit is nog wel het meest merkbaar op Black Man in a White World en Father's Child. En neem nou zinnen als “Can’t you see there’s more to me than my mistakes?” - auw. Ik ben geen recensent dus heb nergens verstand van, maar Geert gelukkig wel: die merkte op dat de invloeden van Pink Floyd niet ver weg zijn, en dit is zeker hoorbaar in het intro van Cold Little Heart. Geen zorgen, jullie horen dit vanzelf op mijn uitvaart ooit. Anders kom ik spontaan weer tot leven om het op te zetten daar.
Een andere uitschieter deze week was Laundry Service van Shakira. Dit ging ik luisteren omdat we met oud en nieuw rond een kampvuur stonden te twerken op Hips Don’t Lie - iets waar de buren niet even blij mee waren. Ik herinnerde me dat mijn moeder dit album had en wel eens opzette als mijn vader niet thuis was, en besloot het een kans te geven. Wat een verschil met Hips Don’t Lie! Dit album heeft veel meer een poprock vibe, en is wederom catchy, divers en bevat baslijnen die ik zou willen kunnen spelen. Het is upbeat, vrolijk en blijkbaar zitten mijn latino roots er nog steeds, want de latin invloeden die overduidelijk aanwezig zijn, kan ik zeker waarderen. Met name de Spaanstalige liedjes vielen zeker in de smaak. Ook deze ging dus op repeat.
Shakira was niet de enige latinmuziek deze week: Ricky Martin’s Vuelve stond ook op het muzikale menu. Dit omdat Geert dit album vroeger had. Ja, ook ik trok een wenkbrauw op. En dat blijf ik een beetje doen. Het was niet mijn favoriete album deze week - sowieso vrij lang, de nummers duren op zich ook vrij lang en iets te veel ballads. Blijkbaar hou ik van energieke nummers, en die staan er mijn inziens iets te weinig op. Maar alsnog heb ik me vermaakt, want nieuwe dingen ontdekken vind ik altijd leuk, en ik blijf me verbazen over hoe Geert dit album in zijn bezit had.

Het laatste album waar ik iets over wil zeggen is Invasion of your Privacy van RATT. Een vriend uit Finland omschreef het als de beste hair metal band die er is. Geen idee of dit een omstreden mening is, maar leuk is het wel. Dit album heeft pit en lekkere catchy riffs, het is vrolijk en blijft mijn aandacht vasthouden - al dan niet door de bas die soms nog best interessante dingen doet. Het is geen technisch hoogstandje; genoedel op de gitaar moet je zeker niet verwachten, maar dit is wat muziek soms moet zijn: gewoon leuk. Metal associeer ik (uitzonderingen daargelaten) toch met boosheid, pijn en agressie, maar dit is gewoon lekker wholesome.

RATT maakte de transitie naar week 2 een stuk makkelijker, waar Judas Priest een prominente plek inneemt (tussen Faith van George Michael door). Het schakelt nou eenmaal iets makkelijker naar Judas Priest vanuit hair metal in plaats van Ricky Martins zwoele ballades.
Ik hou dingen graag anoniem en discreet, maar dankjewel Daniël dat je met de suggestie kwam om Screaming for Vengeance te luisteren voor mijn challenge. Dit album klikte gewoon in mijn hoofd. Het klópt gewoon. Er is al genoeg geschreven over Judas Priest en Rob Halford en ik heb nergens verstand van, dus ik kan hier verder kort over zijn. Wát een power, wát een riffs, en vooral: wát een stem! Stiekem was ik deze zangstijl gaan associëren met powermetal, waar ik een grafhekel aan heb (ik wens iedereen een fijne dag toe behalve Sabatonfans). Maar dit is gewoon heavy metal zoals het moet zijn. Geen wonder dat dit wordt gezien als een iconische band. Gelijk ben ik wat andere albums gaan luisteren. British Steel deed het niet zo voor mij, maar dat hoeft ook niet: Painkiller vond ik ook fantastisch, en ik blijf toch terugkomen naar Screaming for Vengeance dus ik was wel even zoet. De titeltrack is nu al een favoriet, en met You Got Another Thing Coming waan ik me toch weer even op de boulevard van Vice City.

“Misschien vind je dit dan ook goed”, kreeg ik te horen, en Daniël kwam met Iron Maidens Somewhere in Time. Mijn beeld van Iron Maiden was dat het rechttoe-rechtaan was, gewoon LEKKER ROCKEN zoals wij dan zeggen. Wist ik veel. Dit mocht thuis niet. Te hard, te stom, te simpel. Blijkt dus helemaal niet waar te zijn - dit album heeft zeker proggy invloeden en blijkbaar is hun bassist legendarisch, liet Geert even casual weten. Dit ga ik zeker nog vaker luisteren. Misschien een beetje met een gebogen hoofd in schaamte. Hoe heb ik dit al die tijd links laten liggen?
Maar helaas kwam ik aan Iron Maiden luisteren niet aan toe, want ik ben dus helemaal geobsedeerd door Judas Priest. Rob Halfords album Resurrection moest ik bijvoorbeeld nog luisteren, wat ik evengoed fucking powerful vond. Ook zijn industrial project 2wo gaf ik een kans - hoe kan ik ook anders met Trent Reznors invloed daarin? Maar vooral kwam ik terug naar Screaming for Vengeance. En Faith. Blijkbaar heb ik toch een ding voor de gay boys. Zeker Rob Halford baant zich een weg naar mijn ijskoude hart, wat een ontzettend lieve, wholesome man. Het rolmodel dat ik wel had kunnen gebruiken in mijn kindertijd, in plaats van 4chan. Nu zitten jullie met het resultaat. Thanks, Obama.

Dat heeft de rest een beetje ondergesneeuwd. Wat niet wil zeggen dat er niets goeds tussen zat: A Single Flower van We Lost The Sea is ontzettend mooie postrock dat je echt in vervoering kan brengen, ik kijk nu al uit naar de hypnotiserende psych van Hyloxolos op Roadburn en hoop stiekem dat de mannen van Ulver ook terugkomen. Hun nieuwe plaat Neverland is weer compleet anders, zoals we ondertussen van ze gewend zijn. Deze keer instrumentaal met wat spoken word, wederom erg elektronisch maar ook minimalistisch zonder aan sfeer in te boeten. Een van mijn favoriete albums van Ulver is Lyckantropen Themes, en Neverland heeft daar zeker wel van weg. Ulver laat zich nooit in een genre stoppen, maar dat hoeft ook niet als de muziek voor zichzelf spreekt.

Gelukkig is er altijd ruimte voor een meningsverschil, en dat ging over Conjurer’s Unself. Geert vond dit een erg goed album, maar bij mij resoneerde dit totaal niet. Dat verbaasde me, gezien de thematiek van het album: de zanger kwam uit de kast als non-binair en worstelde met zijn late autismediagnose. Twee thema’s waarvan je verwacht dat ik er affiniteit mee heb. Maar misschien heb ik dit ook wel achter me gelaten, wat de moeilijkheden en de pijn die centraal staan in dit zware, harde album, voor mij de plank doen misslaan. Maar misschien ben ik ook gewoon te geobsedeerd met George Michael en Judas Priest om hier ruimte voor te hebben, en is de pijn die Michael Kiwanuka overbrengt in zijn muziek, toch wat herkenbaarder voor mij. Een pijn die ik lekker weg kan twerken op Shakira.